Minister Bonte spreekt steun uit voor pilootprojecten coöperatief wonen


Op 25 maart kwam coöperatief wonen in de Commissie voor Wonen van het Vlaams Parlement nadrukkelijk op de agenda, naar aanleiding van een vraag van parlementslid Mieke Claes (N-VA). Aanleiding was het recente eindrapport van het Living Lab Hybride Wonen dat zeven concrete aanbevelingen formuleert om coöperatief wonen verder te ontwikkelen. Claes benadrukte dat coöperatief wonen steeds vaker naar voren wordt geschoven als een aanvullend woonmodel, waarin eigendom collectief georganiseerd wordt en betaalbaarheid op lange termijn centraal staat.

De vraagstelling was breed en concreet tegelijk: Mieke Claes ging in op zowel structurele erkenning en financiering als regelgeving en de mogelijke inzet van publieke gronden. Ze verwees expliciet naar gekende knelpunten, zoals de toegang tot kapitaal en het ontbreken van aangepaste instrumenten. Ze vroeg ook naar de stand van zaken van het lopende onderzoek van het Steunpunt Wonen en naar de bereidheid van de overheid om pistes zoals een rollend woonfonds of een grondenbank te onderzoeken.

Een model dat beleidsmatig aandacht krijgt

Minister van Wonen Hans Bonte liet verstaan dat coöperatief wonen binnen het Vlaamse woonbeleid wel degelijk ernstig wordt genomen. Hoewel hij aangaf het rapport zelf nog niet gelezen te hebben, benadrukte hij dat zijn kabinet de aanbevelingen grondig heeft bekeken en dat deze “ter harte” worden genomen. Hij situeerde het thema nadrukkelijk binnen de bredere ambitie om tot een betaalbaar woonaanbod te komen, en koppelde het aan de werkzaamheden van de Taskforce Wonen-Ruimte.

Binnen die taskforce wordt gezocht naar manieren om tegen 2050 voldoende betaalbare woningen te realiseren in combinatie met de bouwshift. Volgens Bonte bieden de geïdentificeerde hefbomen perspectief om ook wooncoöperaties een rol te geven in die opgave. Hij stelde dat er gewerkt wordt aan een “samenhangend en impactvol actieprogramma”, dat nog voor de zomer aan de Vlaamse Regering zou worden voorgelegd, al bleef de concrete invulling voorlopig open.

Financiering en instrumenten blijven voorlopig open

Op het vlak van financiering bleef de minister voorzichtig. Vragen over mogelijke instrumenten, zoals een rollend woonfonds of een rol voor PMV, werden doorgeschoven naar het lopende onderzoek van het Steunpunt Wonen. Dat onderzoek naar de financieel-economische impact van het model is “in zeer grote mate afgerond”, maar nog niet finaal. Bonte gaf aan dat het nog te vroeg is om conclusies te trekken over welke financieringsmechanismen effectief zullen worden ingezet.

Die terughoudendheid leidde tot bijkomende vragen vanuit de commissie, onder meer over hoe concreet de taskforce met deze problematiek aan de slag gaat. Ook de mogelijke inzet van publieke gronden en gebouwen – een van de kernvoorstellen uit het Living Lab – bleef voorlopig onbeantwoord. De minister erkende impliciet de complexiteit van het dossier en stelde dat het “geen evidente discussies” zijn, waarbij niet kan worden vooruitgelopen op de uitkomst.

Pilootprojecten als hefboom voor kennisopbouw

Opvallend was Bonte’s expliciete steun voor een nieuw initiatief rond pilootprojecten coöperatief wonen, in samenwerking met het Team Vlaams Bouwmeester. Hij gaf aan dat hierover reeds overleg heeft plaatsgevonden en dat er vanuit de Bouwmeester een duidelijke vraag ligt om dergelijke projecten op te starten. Daarmee verschuift de focus van louter onderzoek naar concrete praktijkervaring.

De minister verwoordde het zo: “Ik ondersteun ten volle om op die manier kennis te vergaren over hoe een en ander op een goede manier zou kunnen verlopen.” Die uitspraak onderstreept een bereidheid om via experiment en begeleiding het model verder te ontwikkelen. Het sluit aan bij de bredere vaststelling dat coöperatief wonen vandaag nog vaak afhankelijk is van pioniers, en dat systematische kennisopbouw essentieel is voor opschaling.

Van experiment naar structurele verankering

De pilootprojecten kaderen in een bredere beweging om coöperatief wonen te professionaliseren en beleidsmatig te verankeren. Het begeleidingstraject van het Team Vlaams Bouwmeester, met onder meer Architectuurwijzer en verschillende partners, wil lokale besturen ondersteunen en een methodiek ontwikkelen die herhaalbaar is. Daarmee wordt expliciet gewerkt aan de vertaalslag van losse initiatieven naar een meer structureel model.

Dit sluit nauw aan bij de aanbevelingen van het Living Lab, dat pleit voor een erkenning van wooncoöperaties als volwaardige woonactor en voor een gelijk speelveld met klassieke woonvormen. Zonder dergelijke structurele inbedding blijft het model kwetsbaar en afhankelijk van goodwill. De combinatie van beleidsvoorbereiding, onderzoek en pilootprojecten lijkt nu een eerste poging om die impasse te doorbreken. Het volledige verslag van de vergadering van de Commissie voor Wonen lees je hier.

Foto Vlaams Parlement