In een uitgebreid stuk in Le Soir Immo onderzoekt journaliste Marie-Eve Rebts hoe wooncoöperaties stilaan voet aan grond krijgen in België. De krant schuift wooncoop daarbij naar voren als een van de belangrijkste pioniers van een woonmodel tussen huren en kopen. Volgens CEO Joris De Kelver draait het niet alleen om betaalbaarheid, maar ook om woonzekerheid. “Als coöperant kan je niet zomaar uit je woning gezet worden”, zegt hij. Het artikel plaatst die evolutie in de context van een steeds moeilijkere toegang tot de klassieke woningmarkt, waar kopen voor veel Belgen steeds minder haalbaar wordt.
De centrale logica van wooncoop wordt in het artikel helder uitgelegd. Bewoners kopen aandelen van de coöperatie en krijgen in ruil het recht om een woning te bewonen. “Hoe meer aandelen je bezit, hoe lager de woonkost”, zegt Joris De Kelver. Wie uiteindelijk het volledige bedrag van de woning in aandelen bezit, betaalt enkel nog vaste kosten. Tegelijk benadrukt Le Soir dat het model niet draait rond individueel eigendom, maar rond collectief beheer en flexibiliteit. Bewoners kunnen binnen de coöperatie bijvoorbeeld makkelijker verhuizen naar een grotere of kleinere woning naargelang hun levensfase.
Een model tussen markt en sociale huisvesting
Het artikel maakt ook duidelijk dat wooncoöperaties vandaag nog niet voor iedereen toegankelijk zijn. Bij wooncoop moeten bewoners momenteel minstens dertig procent van de woningwaarde inbrengen. “Het model richt zich vooral op een middenklasse tussen de vrije markt en sociale huisvesting”, zegt De Kelver. Tegelijk probeert wooncoop volgens Le Soir wel drempels weg te werken. Familieleden kunnen mee investeren en in sommige projecten wordt de instapdrempel verlaagd tot tien procent. Daarmee schetst de krant een model dat sociaal ambitieus is, maar financieel nog niet voor iedereen bereikbaar.
Toch kijkt Le Soir opvallend optimistisch naar de toekomst van het coöperatieve wonen. De Kelver verwijst naar voorbeelden uit Zwitserland, Frankrijk en Canada, waar het systeem al veel sterker ingeburgerd is. “In andere landen komt de minimale instap vaak overeen met ongeveer drie maanden loon”, zegt hij. Volgens hem moet wooncoop vandaag nog een financieel evenwicht vinden tussen bewoners, banken en externe investeerders, maar hoopt de organisatie op termijn ook publieke middelen of pensioenfondsen aan te trekken. De krant suggereert daarmee dat wooncoöperaties nog in een groeifase zitten, maar wel potentieel hebben om structureel deel uit te maken van het woonbeleid.
Van Gent tot Brussel
Daarnaast zoomt Le Soir in op de concrete groei van wooncoop. Vandaag telt de coöperatie meer dan tweeduizend coöperanten en ongeveer 130 gerealiseerde woningen, naast evenveel projecten in ontwikkeling. De krant vermeldt onder meer het nieuwe Brusselse project in de voormalige brouwerij Aerts in Sint-Joost-ten-Node. “Het geheel zal klaar zijn tegen de zomer van 2028 en de helft van de woningen is nu al toegewezen”, zegt De Kelver. Wooncoop wil tegen 2035 doorgroeien naar duizend woningen, maar benadrukt tegelijk dat het niet alleen om de eigen organisatie draait. “We hopen vooral dat anderen het model kopiëren”, klinkt het.
Op het einde van het artikel legt Le Soir sterk de nadruk op de sociale dimensie van coöperatief wonen. De krant verwijst naar projecten als CoopHaute51 in Brussel en De Boomgaard in Kessel-Lo om te tonen dat het model vaak verbonden is met collectiviteit en zorg. Volgens De Kelver zit precies daar de echte vernieuwing. “Het doel van coöperaties is echt om gemeenschappen te creëren”, zegt hij. Ook bij wooncoop wordt bewust gekozen voor projecten van beperkte schaal, met gedeelde ruimtes en aandacht voor het samenleven met de buurt. Daarmee kijkt Le Soir duidelijk verder dan het financiële model alleen en presenteert het coöperatief wonen vooral als een andere visie op wonen en samenleven.