Antwerpen zet een grote stap richting coöperatief wonen. Op een bouwrijpe kavel in het noorden van de Cadixwijk, tussen de Madrasstraat en het Houtdok, wil de stad een wooncoöperatie met ongeveer negentig woningen mogelijk maken. Daarmee zou op het Eilandje het grootste coöperatieve woonproject van Vlaanderen ontstaan. Bewoners kopen er geen individuele woning, maar worden aandeelhouder van de coöperatie die de woningen bezit en beheert. Zo kan wonen worden aangeboden vanuit de werkelijke kosten van het project, in plaats van de (speculatieve) marktwaarde.
Cruciaal is de rol die de stad Antwerpen daarbij wil opnemen. In plaats van de grond te verkopen, overweegt ze om die via erfpacht ter beschikking te stellen van de toekomstige wooncoöperatie. Zo wordt de grondkost uitgespreid over een termijn van minstens zestig jaar, wat al bij aanvang de jaarlijkse woonkost drukt. Die aanpak sluit aan bij het model dat in steden zoals Zürich, Genève, Amsterdam en Barcelona breed wordt toegepast: lokale overheden zetten hun grondpositie in om coöperatieve, niet-speculatieve woningbouw mogelijk te maken.
Wonen voor verschillende groepen
Het coöperatieve project staat niet op zichzelf. Op de aanpalende kavels plant Antwerpen ook andere woonvormen. Woonhaven krijgt een terrein voor ongeveer honderd sociale woningen van verschillende grootte. Een andere kavel, aan de Kattendijkdok-Oostkaai, gaat naar een private ontwikkelaar, met voorwaarden rond duurzaamheid en een mix van kleinere en grotere woningen. Daarmee wil de stad ook in dit noordelijke deel van de Cadixwijk een sociaal gemengde woonbuurt uitbouwen, met expliciet ruimte voor gezinnen met kinderen. Voor de sociale en private woningen wordt een bouwstart in 2028 vooropgesteld; de timing van het coöperatieve woonproject hangt af van de – reeds bestaande of nieuw op te richten – wooncoöperatie die het zal realiseren.
De keuze van Antwerpen om publieke grond in te zetten voor coöperatief wonen past binnen een bredere Vlaamse ambitie om het woonmodel sterker te verankeren. Het Antwerpse project wordt geselecteerd als een van de nieuwe Pilootprojecten coöperatief wonen van Team Vlaams Bouwmeester. De begeleiding van deze pilootprojecten wordt opgenomen door Architectuurwijzer, samen met Miss Miyagi, Leidsman, Cera, UGent en Simply Community. Doel is lokale besturen te ondersteunen bij concrete projecten en tegelijk te onderzoeken hoe een derde bouwstroom tussen sociale huisvesting en de private markt kan ontstaan: wonen aan kostprijs via een niet-speculatief eigendomsmodel.
Van experiment naar woonbeleid
Ook schuift Vlaams Bouwmeester Véronique Claessens coöperatief wonen nadrukkelijk naar voren in haar ambitienota Publiek Project. Ze wil alternatieve modellen voor eigendom, ontwikkeling en beheer onderzoeken en noemt daarbij expliciet wooncoöperaties en de scheiding van grond en gebouw via erfpacht of opstal. Via de Pilootprojecten wil ze opdrachtgevers vinden die grond ter beschikking stellen voor wooncoöperaties en onderzoeken onder welke juridische, financiële en ruimtelijke voorwaarden wonen aan kostprijs structureel in Vlaanderen kan worden verankerd. Daarbij verwijst ze uitdrukkelijk naar Zwitserland, waar coöperatief wonen al een volwaardig onderdeel van het woonlandschap vormt.
Na De Pionier in Knokke-Heist wordt dit het tweede grote Vlaamse coöperatieve woonproject waarbij een lokaal bestuur zijn grondpositie inzet om het project financieel haalbaarder te maken. In Knokke-Heist stelt de gemeente de grond via erfpacht voor een symbolische euro ter beschikking; in Antwerpen wordt eveneens erfpacht overwogen om de grondkost te drukken. Samen tonen beide projecten hoe lokale besturen via hun grondbeleid mee de voorwaarden kunnen creëren voor coöperatief wonen – precies de beweging die de Vlaamse Bouwmeester met haar nieuwe pilootprojecten wil versnellen.
Foto AG Vespa