Europa schuift coöperatief wonen nadrukkelijk naar voren op woonoverleg


Op 5 mei vond in het Europees Parlement in Brussel het “High Level Event on the Housing Crisis in the EU” plaats, een overlegmoment van de Europese Commissie en de speciale wooncommissie HOUS van het Parlement. Beleidsmakers, financiële instellingen, middenveldorganisaties en experts gingen er in gesprek over de groeiende wooncrisis in Europa en de vraag hoe Europa van analyse naar concrete actie kan gaan. Het evenement bouwde voort op eerdere gesprekken uit 2025 en stond nadrukkelijk in het teken van het toekomstige European Affordable Housing Plan en nieuwe investeringen in betaalbaar wonen.

Doorheen de verschillende panels viel vooral op hoe breed het draagvlak geworden is voor een structurele woonaanpak. Europese parlementsvoorzitter Roberta Metsola waarschuwde dat “wanneer een woning buiten bereik raakt, alles moeilijker wordt”, terwijl HOUS-voorzitter Irene Tinagli benadrukte dat de wooncrisis niet langer in afzonderlijke beleidsdomeinen kan worden aangepakt. Ook Europees commissaris Dan Jørgensen maakte duidelijk dat wonen geen gewone marktwaar mag zijn. Volgens verschillende sprekers moet Europa opnieuw investeren in huisvesting als publieke infrastructuur, met aandacht voor langdurige betaalbaarheid en bescherming tegen speculatie.

Coöperatief wonen als deel van de oplossing

Voor coöperatieve woonmodellen was het event bijzonder relevant. Verschillende sprekers verwezen expliciet naar publieke, sociale en coöperatieve huisvesting als essentiële onderdelen van een gezonder woonlandschap. Housing Europe-directeur Sorcha Edwards formuleerde het scherp: “De meest betaalbare woningen zijn woningen die op lange termijn betaalbaar blijven als onderdeel van het publieke belang. De meest betaalbare woonvormen zijn gemeenschapsgeleide, coöperatieve en sociale huisvesting.” Daarmee lag de focus niet alleen op méér investeringen, maar vooral op investeringen die woningen ook op lange termijn betaalbaar houden.

Opvallend was ook dat een van de presentaties binnen het jongerenpanel volledig draaide rond coöperatieve studentenhuisvesting. Jens-Uwe Köhler van Studentendorf Berlin bracht er voorbeelden uit Berlijn, Zürich, Edinburgh en Genève samen en toonde hoe studentencoöperaties betaalbare woonmodellen kunnen uitbouwen met een sterke gemeenschapswerking. In Berlijn beheert Studentendorf onder meer een coöperatieve studentencampus voor ongeveer 900 studenten, gekoppeld aan renovatie, energie-efficiëntie en collectief wonen.

Betaalbare grond, sterke regelgeving en langetermijnvisie

Volgens Köhler botsen dergelijke initiatieven vandaag nog te vaak op dezelfde obstakels: dure grondprijzen, moeilijke toegang tot financiering en regelgeving die onvoldoende afgestemd is op coöperatieve modellen. Daarom pleitte hij voor aangepaste coöperatieve wetgeving, betaalbare erfpachtformules, publieke ondersteuning en langlopende leningen met gunstige voorwaarden. Ook bewonersparticipatie en huurprijsbescherming kwamen nadrukkelijk aan bod als voorwaarden om woningen betaalbaar te houden op lange termijn.

Het evenement maakte duidelijk dat coöperatief wonen steeds vaker ernstig genomen wordt binnen het Europese woondebat. Waar dergelijke modellen vroeger vaak als niche werden beschouwd, klinken ze vandaag mee door in discussies over investeringen, regelgeving en publieke woonpolitiek. Tegelijk bleef ook de uitdaging duidelijk zichtbaar: goede voorbeelden bestaan al, maar opschaling blijft moeilijk. Net daarom lijken de komende Europese woonplannen en budgetonderhandelingen cruciaal te worden voor de verdere ontwikkeling van coöperatieve woonmodellen in Europa.